Kunstenaars Lony Wing Master Painter Bassermann  Gudrun Hahn  Friedemann Izaks Wim Jepkes Michael Llimos  Robert ** Etiernne Abeling Johan Alber V. Alms *. Ammerlaan Corry Andrea Pat Angelo Ballarin Appel Karel Arcimowicz Anna Armando * Armengol Emilio Banksy Graffiti/Street Art Bayer Herbert Bechtold Jeroen Belinfante Willy Beneny Tay Berg van den Siep Bernhard Vercruyce Bezombes Roger Bill Max Blankwaard Coen Bonaert J. Bonies Bob Boonstra (Trimbach) Anneke Bosman A.. Bout Rien Braat Pauline Brayer Yves Broek Herman van den Brood Herman Brouwer  A. # Buchholz Wolff Bucki Krystof Calder  Alexander Casamada Alberto Rafols Chagall Marc Challenger Micheal Chillida Eduardo Christo **** Christoforou John Claisse Geneviève Codron Jef Corneille Cobra Cremer Jan Dali Salvador Death NYC (Street Art/Graffiti) Dijkers Ruud Dijkshoorn Peter Dijkstra Johan Dongen Kees van Doorn Jos van Dore ### Dreumel Jo van Dubbelman Maarten Dubuffet ## E.B. van Dulmen Krumpelman Efferen H. van Elst van der  Fenneke Engelman Martin Eversen A. (Adrianus) Fairchild-Woodard Roy Fairey  Sheppard (Street Art/Graffiti) Fernand Jean Fernando Botero Ficner Stefan Flieger J. Fontein Jurjen Fort Ella Fred ** Frese Job Fuchs Ernst Furtsten Dieter Gauzyna Imela Gerritz Harrie Gieryszewski Ryszard Gijzen M. Giros Albert Godelieve  # Gruker x Gräsel Friedrich Gubbels Klaas Guinovart Josep Haas Frans de Haas Willibrord Hagen Espen Greger Hahn Bernd Hanneke # Hardy C.* Hartog Gertruud Hartung Hans Hassel Ad van Hemsteede Bert Heyboer Anton Hiethaar Dorian Hoffmann Heinz Hofker Willem Gerard Honegger Gottfried Houps Bert Houwalt Barbara Innemée Hans Irizarry Marcos Irriguible Leo J.K. *** Jacquet Alain Jandova Ludrila Jansen Han Janssen Horst Jong de Ali Jongh Oene Romkes de Kalkowski Kazimierz Kees van Dongen Kirchner Ernst Ludwig Kissmer  Willi Klasen Peter Kleijwegt Pot R.W. Kok Simon Kokoschka  Oskar Konorska Anna Kooning Willem Koornstra Metten Kooten jr L.W. van Kop Ad van den Kostabi Mark Kostabi Paul Krake Willy Kreiter A. Kremer Eric Jan Krijger F. Kruider J.* König Rolf Laanstra B. Lammers Jean Olof Larsen Pat Lauro Roberto Leest van  Astrid Lichtenstein Roy Liégeois Jo Linnenkohl  A. & Livio Campanella Lodewijckx  François Lucassen Bertus Lys I Manart Leila Manen van  Jopie Manzano Freire Aciscio Mark Kostabi Marsman Jean-Paul Mather A. Matinick Krystyna Matisse Henri Mehner Volker Middleton Sam Mikkers Jan Miro Joan Moes Tilly Mol Jochem Mondriaan Piet Morandini  Marcello Mulder H.* Mush Leo Nederlands  Keramiek Nicola de Maria Niebla Josep Nieboer Tidde H. Nitsch Hermann Nobbe Walter Nolde  Emile Ofkes F. Onbekende  Kunstenaar Owendonk M W PECHSTEIN Max Peeters Antoinette Peeters* Goedele Picasso  Pablo Plewka-Schmidt Urszula Poeder Henk Pol S. van der Pol v.d. Lucas Ponc Joan Pools Grafiek Pools  Keramiek Puiggrós  Pere Ramaer Hanny Ravan Pari RAW Street Art/Graffiti Remé Jorg Renoux Alain Rienks D. Rijke John de Ritchman Pablo* Rizzi James Robbe B. Roche  ***** Rogers Richard Rooymans Ron Ruoal Ubac Russische  Icoon Ryblinski J. Saint Phalle Niki de Salome Dick Schasfoort Ben Schildkamp-Peterse C. Schimpfosll Lorenz Schlote Wilhelm Scholten Luuk Schulz-Rumpold Volkmar Seyferth Joan Sierhuis Jan Siks Ger Solombre Jean Spencer Spencer Steen Jan Stoel  Edith Stolk Joop Tangel Louis Tapies Antoni Taranczcwski P. Terwindt Robert Tessenow Anna Tigchelaar André Toebosch Eric Tol Koos van Toorop Jan* Tores  Tores Toscani Beb Tramecourt de Daniel Jerzy Troost J.A. Tsucay  N. Tur Costa Rafael Udo  Nils Uhlig Max Urselmann Ellen Vaart . Valtat Louis vanHorck Hans Varat D. Verboven Wim Verdoes Mark Verheul Tibe Verhoeven Bernard Verhoog Aat Verhorck  Hans Vigud André Visser Carel Vliet Yvonne van der Voet Wilfred Vredegoor Hans Vrielink Nico Waart Angelien de Wachtmeester Gerrie Warhol Andy Warmt  Falko Wiegers Jan Wierik Jan te Wilde Joop de Wildevuur Maya Winkel Arien Witjens J.W.H. (Willem) Wittek A.M. Wolvecamp Theo Yokoi Tomoe Zandee M. Zijlstra Karel Zonneveld Hermanus J. van Zwaagstra Wladimir

Zoek filters

    Geen schilderijen beschikbaar.

Zoek filters

    Geen aquarel/tekeningen beschikbaar.

Zoek filters

    Geen sculpturen beschikbaar.

Zoek filters

  • r_k_LaVie24-2.jpg
    € 275,00
  • r_97$_57 (1).JPG
    € 275,00
  • r_k_Lao_oPaixo_obleuo_o-o_o1.jpg
    € 295,00
  • r_k_Pico_oGemaldeo_o313-1.jpg
    € 450,00
  • r_k_Pico_oGemaldeo_oStandchen-1.jpg
    € 450,00
  • r_k_Pico_oGemaldeo_o123-1.jpg
    € 450,00

Biografie

r_Pablo_picasso_1.jpg

Picasso (1881-1973)

Pablo Ruiz Picasso werd op 25 oktober 1881 geboren te Málaga. Hij was het eerste kind van Ruiz Blanco en Doña Picasso. Het koppel kreeg nog 2 dochtertjes: Lola en Conchita. Op zevenjarige leeftijd begint Pablo onder leiding van zijn vader te schilderen. Zijn vader was zelf een schilder, met matig talent, die werkte als conservator van het stedelijk museum en als tekenlaar. Door zijn artistieke achtergrond zou hij ook de eerste zijn die het talent van Picasso hoog inschatte. Maar zelfs met de combinatie van de 2 jobs had hij een laag inkomen. Wanneer hij in 1891 een aanlokkelijk voorstel krijgt uit Noord-Spanje besluit hij dan ook om het erop te wagen. Maar in La Coruña toont de 10-jarige Pablo weinig interesse, zijn meeste aandacht ging zelf nog uit naar de manier waarop de leraar de (veelal lage) cijfers op zijn testen schreef. Pablo’s tijd ging volledig op in de schilderkunst en op 13-jarige leeftijd overklaste hij reeds zijn vader. In 1895 verhuist het gezin opnieuw, deze keer naar Barcelona. Zij vader ziet dat zijn zoon meer talent heeft dan hij zelf en geeft hem al zijn schildermateriaal. In Barcelona schrijft Pablo zich in voor de kunstacademie ‘La Lonja’. Rond deze periode schildert hij ook zijn eerste grote olieverfwerk: ‘De eerste communie’.(1)
Dit werk werd vertoond op de belangrijkste expositie van Barcelona. Hij had het geschilderd als ingangsproef, maar kort hierna zou hij zich reeds losmaken van het academische schilderwerk. 
In 1901 besluit Picasso om nog eens te verhuizen, naar Parijs. Maar het leven is duur in Parijs en Picasso kampt met financiële problemen. Gelukkig besluit Pedro Mañach om 150 francs aan te bieden voor de maandelijkse aflevering van een schilderij. Als dank aan Pedro schildert hij ‘Portret van Pedro Mañach’. (2) Na nog geen jaar in Parijs had hij zich ook de daar nieuwste artistieke stromen eigen gemaakt.

De Blauwe en de Roze Periode: 1901-1906
De Blauwe Periode is een periode van 6 jaar waarin niets meer herinnert aan de geestdrift van de Parijse periode. Het is een periode die gekenmerkt wordt door nuchterheid, die de euforie van tevoren verving. Picasso kwam tot deze periode naar aanleiding van de zelfmoord van zijn boezemvriend, toen deze werd afgewezen. Picasso koos de blauwe kleur om met zichzelf in het reine te komen over de zelfmoord. Een van de bekendste werken uit deze periode was ‘La vie’ uit 1903. (3)
In deze periode stonden isolement en eenzaamheid centraal. De overwegende blauwe kleur was zijn eerste handelsmerk. Later zouden de schilderijen uit deze periode tot de duurste van zijn werken gaan behoren. In dit jaar schildert hij ongeveer 50 werken in 4 maanden. Maar daar schoot Picasso toen niets mee op, weinig mensen kenden hem en hij leefde hij nu op een armoedig zolderkamertje.
Toen hij overschakelde op de zogenaamde Roze Periode begonnen steeds meer handelaren zich in zijn werk te interesseren. Uit deze periode stamt ‘Vrouw in hemd’ (4) uit 1905. Intussen was hij steeds meer een portretschilder geworden, vooral zelfportretten. In de Roze Periode maakte hij vele werken van naakte personen, die erotischer waren dan die van de Blauwe Periode. Hij hanteert hier dan ook de klassieke schoonheidsidealen. Dit is te wijten aan het feiten dat Picasso in deze periode vaak het Louvre bezocht om er Griekse en Romeinse beeldhouwwerken te bestuderen. Hiermee was het voorlopige hoogtepunt van de verwerking van klassieke motieven bereikt. Een kunsthandelaar was ondertussen was intussen geïnteresseerd en koopt alle ‘roze’ werken, dit geeft voor het eerst financiële zekerheid voor hem en Fernande, zijn minnares.

Het kubisme: 1907-1917
Picasso is het bekendste door zijn uitvinding: het Kubisme. Het is ontstaan als een verzet tegen de westerse kunst en is een nieuwe waarneming van de werkelijkheid. Het bekendste werk uit deze periode is ‘Les Demoiselles d’Avignon’. (5) Dit werk doet met hun warme kleuren nog herinneren aan de Roze Periode. Picasso wilde alles in één keer in de grond boren. Hij kwam in opstand tegen het beeld dat men zich van hem als schilder gevormd had en met dit schilderij verzette hij zich tegen de hele westerse kunst vanaf het begin van de Renaissance. Zijn inspiratie voor dit werk kwam uit Spaanse en Afrikaanse beeldhouwwerken. Nog helemaal onder de invloed van het vroege Kubisme van ‘Demoiselles d’Avignon’ staat ‘Fruitschaal en brood op een tafel’ (6). Hij gebruikt niet meer het centrale perspectief, maar ieder voorwerp wordt apart weergegeven vanuit een steeds ander gezichtspunt. 
In 1909 keerde gij terug naar het afgezonderde Horta de Ebro. Hier situeert zich ook een van de productiefste perioden van zijn leven. Hij schildert er ‘Vrouw met peren’ (7), dit werk markeert een verdere ontwikkelingsfase van het analytische Kubisme. Het is een portret van Fernande. De verbeelding van de afgebeelde voorwerpen wordt de volgend jaren steeds groter. In het schilderij ‘Gitaar’ (8) werden stukken vloerbedekking, kranten en gekleurd papier op het linnen gekleefd. Wanneer hij Eva leert kennen, verbreekt hij zijn relatie met Fernande.

De jaren twintig en dertig: 1918-1936
Een stimulans voor Picasso’s beslissing om afstand te doen van het Kubisme kwam er op een reis naar Italië in 1917. Hij kreeg weer vertrouwen in de banale waarneming van het vertrouwde en bracht vooral deze stemmingsverandering in uiting in zijn schilderen. In 1918 trouwde Pablo met Olga Koklowa, een Russische danseres die hij het jaar voordien had leren kennen. Picasso was inmiddels een beroemd schilder en kon zich zelf een buitenverblijf in Bretagne veroorloven. Hier was het waar zijn ‘Rennende vrouwen op het strand’ of ‘De wedloop’ (9) ontstonden. Hun volle vormen haalde Picasso uit de verlopen zwangerschap van Olga, van haar zoontje Paolo. Een handelaar koopt voor 25000$ francs ‘Les demoiselles d’Avignon’, een goede zaak voor de handelaar, want hij verkoopt het in 1937 aan het museum van New York voor 24.000$. Het in 1923 geschilderde ‘Panfluit’ (10) geldt als het hoofdwerk van zijn classicistische periode. Het verenigt kenmerken die in de loop der jaren altijd als klassiek werden bezien. In 1935 word Marie-Thérèse van Picasso zwanger, die hij 8 jaar eerder had ontmoet en als model gebruikte. De scheiding met Olga wordt uitgesteld omdat hun rijkdom de advocaten lang bezig houdt. Het kind van Marie-Thérèse wordt Maya genoemd, als eerbetoon aan zijn moeder.
‘Badgasten met speelgoedboot’ (11) is een van de sleutelschilderijen uit deze zware periode uit zijn privé-leven. Picasso besluit zelf om het schilderen en beeldhouwen op te geven en zijn leven te wijden aan het zingen. Maar zijn liefde voor de schilderkunst overwint. ‘Portret van Dora Maar’ uit 1937 (12) doet al sterk denken aan zijn bekendste werk ‘Guernica’. Door deze gelijkenis wordt het werk volgende maand verkocht in Londen voor een startprijs van 5 miljoen €.

De oorlogservaring: 1937-1945
‘Guernica’ (13) uit 1937 is een vorm van historische schilderkunst: het ooggetuigenschap is vervangen door de subjectieve getroffenheid van de artiest. Het is een schilderij voor de Spaanse overheid om een bijdrage te leveren aan de inrichting van het nationale paviljoen op de Wereldtentoonstelling. Het schilderij handelt over de brutale luchtaanval op Guernica, de oudste stad van Baskenland. Als een soort aanhangsel bij ‘Guernica’ schilderde hij in 1937 ‘Wenende vrouw’ (14). De eenvoudige zakdoek verwijst naar het immense ‘Guernica’. Tijdens de Wereldoorlog moest Picasso het 6 jaar stellen zonder zijn 2de grote liefde: de Middellandse Zee, want hij zat in het bezette Parijs. Picasso’s werk wordt nu meer en meer een vorm van overlevingstraining. Hij schilderde nu het erg sobere ‘Stilleven met ossenschedel’ (15). Wanneer Parijs bevrijd word in 1945 opent voor hem een hele wereld opnieuw. Hij sluit met ‘Het knekelhuis’ (16) de haakjes die hij met ‘Guernica’ had geopend. In dit schilderij objectiveert hij de doodservaring na de zelfmoord van zijn vriend Casagemas.

Het late werk: 1946-1973
In de zomer van 1945 krijgt hij een Provençaalse villa, in ruil voor een stilleven. In de gehele naoorlogse periode staan schilderijen van zijn atelier centraal. De grote vertrekken van het huis vormen 3 jaar lang een vorm van inspiratie. Als eerbetoon aan Diego Velázquez schildert hij 300 jaar na Diego ‘Las Meninas’ (17). Het is een van de vele schilderijen die hij bewerkt heeft als eerbetoon. Ondertussen heeft hij alweer een nieuwe minnares, Françoise genaamd. Deze bevalt in 1947 van Claude, Picasso’s derde kind. Picasso is inmiddels 65 jaar. In 1949 wordt hij nog eens vader van zijn dochter Paloma. Een nooit vermoede populariteit en een onmetelijke rijkdom werden zijn deel. In 1954 scheidt hij van Françoise en trekt en een zekere Jacqueline trekt bij hem in. In 1961 trouwt hij met Jacqueline, op reeds 80-jarige leeftijd. 
Op 8 april 1973 sterft Picasso op 91-jarige leeftijd. Na zijn dood werden de meeste werken van Picasso verzameld in het Musée Picasso in Parijs, Museum of Modern Art in New York, en Madrid. Zijn jeugdwerken kunnen worden bezichtigd in het museum van Parijs.

Volg ons op Social Media